Posts tonen met het label Kostuumontwerpen e.d. / Lara K. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kostuumontwerpen e.d. / Lara K. Alle posts tonen

dinsdag 23 januari 2007

Bauhaus

Gelijksoortige ideologie in West Europa
Een gelijksoortige manier van denken als die in het revolutionaire Rusland van de jaren ’20, die de kunsten functioneel ten dienste stelde van het volk en die een basis vormde voor de cultuur van het moderne leven, kwam ook op in bijv. Duitsland na de eerste wereldoorlog (1914-1918). Zowel in ideologische zin als op het gebied van vormgeving zijn er interessante vergelijkingen te trekken.

Bauhaus Dessau

Bauhaus

Het BAUHAUS vertegenwoordigde als geen ander de vertaling van een bepaalde ideologie (een wereldvisie waarin de ontwikkeling van de werkende klasse in een moderne, geïndustialiseerde maatschappij centraal staat) in functionele en esthetische uitgangspunten.
Achtergrond van het BAUHAUS
Het Bauhaus was in de eerste plaats een opleiding. In 1919 voegde de Duitse architect Walter Gropius twee scholen samen en noemde het de Staatliches Bauhaus in Weimar (Weimar was de stad waarin de school stond).Net als in Rusland leefde er bij velen in Duitsland de gedachte van een nieuwe wereld en revolutionaire maatschappij, die vorm gegeven kon worden door functionele ontwerpen voor een nieuwe tijd. Dus een utopische gedachte. Het Bauhaus was eigenlijk dus een hervormingsbeweging met een opvoedende kenmerken, aangepast aan een nieuwe sociale en politieke realiteit in de gemeenschap.
Net als bij de Constructivisten in Rusland – en bij De Stijl in Nederland – wilde men bij het Bauhaus eigenlijk een nieuwe vormgeving van het leven beginnen, door de elitekunst en de individualiteit te vervangen door een collectieve productie en levensstijl, gericht op het proletariaat (de werkende klasse). De nieuwe industriële ontwikkelingen speelden hierbij een heel belangrijke rol als basis waarop voortgebouwd moest worden.

Ontwerpen door O.Schlemmer

In 1925 moest het Bauhaus verhuizen naar de stad Dessau. Daar bouwden ze een nieuwe, moderne schoolcomplex volgens de principes van het Bauhaus. Na deze tijd ging het Bauhaus zich ook minder richten op het ambacht (met de hand vervaardigde objecten) en meer op de industriële vervaardiging. Ook het vakkenaanbod wordt met fotografie, typografie en reclametechnieken uitgebreid. Belangrijke kunstenaars die aan het Bauhaus les gaven waren Johannes Itten, Paul Klee, Kandinsky, Moholo-Nagy, Feininger, Joseph Albers, Marcel Breuer en Oskar Schlemmer.


In 1928 verlaat Gropius het Bauhaus en wordt opgevolgd door Hannes Meyer en even later Mies van der Rohe. In 1932 moet het Bauhaus door toedoen van de Nationaalsocialisten in de politiek weer uitwijken naar Berlijn, en in 1933 moest het Bauhaus definitief zijn deuren sluiten. Veel leraren wijken uit naar Amerika en gaan daar in andere vorm verder. Er is hier een interessante vergelijking te trekken met de Ballets Russes die ook met soortgelijke omstandigheden te maken kreeg.

Hoe droeg het Bauhaus de nieuwe ideëen uit?
Gropius combineerde in het Bauhaus plastische kunsten, ambachtelijke techniek en industrie in één opleiding. Alle ontwerpen werden gemaakt met het sociale functioneren ervan in gedachte, dus niet als individuele of decoratieve stukken voor een tentoonstelling. De ontwerpen werden zo gemaakt dat ze ook industrieel te vervaardigen waren.
Zo ontwierpen de studenten van het Bauhaus bijv. meubelstukken, gebruiksvoorwerpen en architectuur. De meubels waren multifunctioneel en efficiënt van aard, strijk van lijn en eenvoudig van vorm. Zo werden bijv. de opklapbare stoel uitgevonden en de kastjes op wielen die van twee kanten konden openen, speciaal voor de kleine arbeiderswoningen. De architectuur was heel modern, met strakke, rechte lijnen, geometrisch, blok-achtig en met gebruik van glas. De architectuur, bijv. voor arbeiderswoningen, moest een maatschappelijke impact hebben, en moest de bewoners helpen anders te gaan leven en sociaal en persoonlijk beter te worden.

kostuum ontwerpen voor het Triadisch ballet door Schlemmer
Nog een goed voorbeeld van de vroeg 20e eeuwse ideologie van kunst en de moderne samenleving is de Duitse kunstenaar Oskar Schlemmer. Schlemmer, die eerder door Picaso en Derain onder kubistische invloed stond, werd in 1920 in het Bauhaus aangesteld als docent beeldhouwen en toneelbeeld.
Schlemmer maakte op theater gebied een driedeling in: Mens in de ruimte, bewegend licht en architectuur. Schlemmer was zeer geïnteresseerd in het samengaan van de mens (de menselijke maatstaf) en geometrische vormen (de moderne industrialisatie). Zijn schilderijen waren vrij abstract, maar niet zonder de aanwezigheid van de mens en de menselijke proporties.
Dit pastte hij heel effectief toe in een door hem gemaakte balletproductie Triadisch Ballet (1920) die hij ook in het Bauhaus liet opvoeren en die hem internationale bekendheid zou geven.
Het Triadisch Ballet was zo genoemd omdat het ging over het samensmelten van de drie aspecten (dans, kostuum, en muziek), het werd door drie dansers opgevoerd en het was verdeeld in drie muzikale gedeeltes.
Zowel de kostuums als het toneelbeeld waren zeer geometrisch van opzet. Hij was niet geïnteresseerd in voorstellingstheater, maar meer in abstract theater, en dit doet denken aan de uitgangspunten van de suprematistische en later constructivistische groep rond de Russische schilder Malevitsch rond dezelfde tijd in Rusland, en in technische zin aan de Italiaanse futuristen een paar jaar eerder (1917 “Parade”)


Links:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Bauhaus
http://studwww,ugent.be/~svrstaen/geschiedenis.html
www.kunstbus.nl/verklaringen/bauhaus.html
Oskar Schlemmer
www.getty.edu/art/gettyguide/artObjectdetails
www.artnetweb.com/abstractio/dance.html

Kostuumontwerpen van Liubov Popova & Varvara Stepanova

Kostuumontwerpen van
Liubov Popova (1889 – 1924)
en
Varvara Stepanova (1894 –1958)

Achtergrond



Liubov Popova werd op 24 april 1889 geboren vlakbij Moskou, als tweede kind van Sergei Maximovich Popov, een textielfabrikant die ook de directeur was van een muziek- en toneeltheater, en Liubov Zubova.
Popova nam vóór haar twintigste schilderles bij verschillende kunstenaars in Moskou en schilderde realistische landschappen. Door de rijkdom van haar vader was zij in staat door Rusland en Italië te reizen. In 1912 zag zij voor het eerst werken van Cézanne, Braque en Picasso , en reisde zij naar Parijs waar zij zich inschreef op de Academie de la Palette en les kreeg van Jean Metzinger. Ook maakte zij kennis met het werk van Zadkine, Archipenko en het Futurisme. Zij was toen 22 jaar oud, en had haar eerste expositie samen met bekende schilders als Picasso, Braque, Malevich, Derain en de Vlaminck.Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ging Popova terug naar de studio van Tatlin in Rusland. Haar werken lieten toen de invloed van het kubisme en het futurisme zien. Zij raakte in de loop van 1915 betrokken bij de groep rond Malevich en maakte kubistische collages en drie-dimensionale reliefs. Aan het einde van 1915 ging zij over naar het schilderen van stadsgezichten, landschappen en de niet-objectgebonden stijl van Malevich (Malevich onwikkelde een zg. cubo-futuristische stijl, en schilderde in 1915 monochrome vierkanten en rechthoeken in zijn werken, dus een soort vroege abstractie). Popova stierf door ziekte al op 35-jarige leeftijd.



Varvara Stepanova werd in 1894 geboren in een eenvoudige familie.
Zij had echter het geluk dat zij later in de stad Odessa een kunstopleiding kon gaan volgen. Gedurende de opleiding kwam zij Alexander Rodchenko tegen, met wie zij later zou trouwen en een intens artistiek leven zou delen.
Zij en Rodchenko deelden een aantal jaren een apartement in Moskou met de later heel beroemde Wassily Kandinsky. Door Kandinsky leerde zij later ook Popova kennen. Deze kunstenaarsgroep werd later de belangrijke en invloedrijke Russische avant-garde. De nieuwe kunst die omstreeks 1909 in Rusland begon, was beïnvloed door cubisme, Italiaanse futurisme, en traditionele Russische kunst.
Stepanova maakte tijdens haar loopbaan als kunstschilder werken in de futuristische en constructivistische stijl, volgens de toen heersende opvattingen over de moderne samenleving en de verwerping van de oude sociale structuren. Zij deed mee aan verschillende grote exposities en behoorde bij de groep vrouwelijke avantgardisten.
Na 1920 koos ook zij voor het volgen van de ideologie van de revolutionaire ontwikkeling van de samenleving, en brak dus met het traditionele schilderen. Zij maakte constructivistische theaterdecors en andere ontwerpen. Haar overtuiging de sociale en industriele evolutie te moeten dienen resulteerde in het samenwerken met Popova in het maken van textielontwerpen voor de Eerste Staats Textiel Fabriek bij Moskou. In 1924 zou zij ook les gaan geven in de Hogere Artistieke en Technische Werkplaats. Zij was ook actief in de typografie en boekontwerp, en droeg vaak bij aan de publicatie Novyi Lef . Deze veelzijdigheid aan activiteiten was een typisch constructivistische manier van bezig zijn, men was ervan overtuigd dat de idealen van de nieuwe communistische maatschappij op een zo breed mogelijke manier moesten worden gepromoveerd ten dienste van de werkende klasse.



Textielontwerpen

Waarom textielontwerpen?Na de Russische revolutie van 1917 moest de kunst in het algemeen in dienst staan van de revolutie en het communisme.
Het ontwerpen van textiel werd de belangrijkste toepaste kunst in Rusland. Als een van de eerste levensbehoeften, vond de machinaal vervaardigde textiel zijn weg naar alle uithoeken van Rusland en verving het slaafs gemaakte oude textiel. Ontwerpen op textiel waren hierdoor erg belangrijk omdat deze miljoenen mensen kon beinvloeden, en de nieuwe staatsideologie kon overbrengen op de werkende massa.
Popova, een van de meest vooraanstaande russische vrouwelijke avant-gardisten volgde de roep van de revolutie en gaf les en maakte ontwerpen voor het theater, kleding, propagandaposters, boeken en porselein, en fotomontages. Haar eerdere ervaring met het Suprematisme, dinamische geometrische abstractie in de geest van het Futurisme, was de basis voor haar textiel- en theaterontwerpen. Zij zwoer het schilderij af en concentreerde zich op de toegepaste kunsten. Deze stap symboliseerde haar toewijding aan het bouwen van een nieuwe, moderne samenleving na de oktoberrevolutie van 1917. In 1918 werkte zij voor de Hogere Artistieke en Technische Werkplaats, waar zij les gaf als onderdeel van een curriculum ten dienste van het samensmelten van kunst en industrie.
Haar ontwerpen bestonden vaak uit patronen waarin bepaalde figuratieve gestyleerde of zuiver geometrische vormen zoals lijnen, vierhoeken, cirkels, labyrint-achtige vormen, en symbolen zoals het hamer-en-sikkel symbool enz., voorkwamen. Tegen de algemene achtergrond van de textielproductie in de vroege jaren twintig, zijn de stoffen van Popova en Stepanova met hun monumentale patronen en heldere kleuren karakteristiek voor een gevoel van vernieuwing.
Hun succes was zo groot dat hun ontwerpen door de pers van die tijd werden bestempeld als 'de eerste Sovjet mode'. De invloed van Stepanova en Popova op de textielproductie in de jaren twintig was heel groot, en bestond vaak uit zuiver abstracte, constructivistische ontwerpen. De wens kunstenaars actief mee te laten bouwen aan een nieuwe samenleving maakte dat bedrukte stoffen beter figuratief dan abstract konden zijn, met thema’s verwant aan de prestaties van de tijd. Op deze manier ontstond een nieuwe varieteit textielontwerpen, meestal 'thematische' of 'propaganda'ontwerpen genoemd. Geliefde onderwerpen waren: 'Industrialisatie', 'Constructie', 'Fabriek', 'Vliegtuig', 'Sport', 'Pioniers', en 'Het nieuwe dorp'. De ontwerpen waren eenvoudig, sterk geometrisch (constructivistisch) en vaak met felle, contrasterende kleuren.De ontwerpen waren ook massa produkten en werden propaganda middelen voor de nieuwe tijd. Een tiental jaren stond het textielontwerp in het brandpunt van de belangstelling. Er waren verhitte debatten over welk onderwerp was toegestaan voor de versiering van stoffen en in hoeverre propaganda ontwerpen geschikt waren voor decoratieve en toegepaste kunsten.
Stepanova ontwierp productiekleding, speciale kleding, en sportkleding speciaal voor het volk. Productiekleding was voor arbeiders in fabrieken en boerderijen. Speciale kleding was vaak beschermende kleding, zoals voor brandweerlui, dokters, enz. Het beroep maakte de snit uit, en daarna pas volgden individuele details. Het ontwerp was dus in de eerste plaats functioneel. Op de tweede plaats heeft het ontwerp ook een sociale functie als onderdeel van de samenlevingsvernieuwing. Aspecten als vorm, kleur en aanduidingen werden dus zorgvuldig bedacht, passend bij de functie van het ontwerp. In één jaar tijd maakte Stepanova 150 ontwerpen, waarvan er zo’n 24 in productie werden genomen.
Voor hun tijd waren de ontwerpen van Popova en Stepanova erg nieuw, modern en innovatief, en hadden ze het gewenste resultaat bij het volk. Stepanova schreef in in van haar publikaties: “Wij waren voorstanders van de nieuwe wereld, de wereld van de industrie, technologie en natuurwetenschappen.

Wij stonden achter de nieuwe mens, we voelden aan hoe die zou zijn maar konden ons hem nog niet helemaal voorstellen. (...) Wij schiepen een nieuw schoonheidsbegrip en wij verlegden de grenzen van de kunst. Wij maakten affiches, schreven leuzen, versierden openbare gebouwen en pleinen. Wij schiepen zelfs een eenvoudige en duidelijke belettering voor demonstraties, een lettertype dat nog steeds wordt gebruikt. We maakten nieuws en noodzakelijke dingen, die nu geaccepteerd zijn”.

Het was eigenlijk niet zo dat alle leden van deze groep kunstenaars dezelfde ideologie nastreefden. Wat ze wel gemeen hadden was dat zij helemaal achter het sociale vernieuwingsideaal stonden en dat ze de oude sociale structuur en normen van de beeldende kunst verwierpen en zo een moderne cultuur inluidden.

Links:
http://home,hccnet.nl/att.leurs/kbb034,html
www.wisc.edu/arth/ah351/09.html
www.cultuurnetwerk.org/bronnenbundels/1993/1993_73.htm

Les Ballets Russes


"Les Ballets Russes"



Door de bloei van de kunst in Rusland kon impresario Serghe Diaghilev vanaf ongeveer 1906 Russische dans, beeldende kunst en muziek in West Europa (vooral Parijs) introduceren. Hij bracht veel kunstenaars en kunst van Rusland naar Frankrijk, Italië en Engeland.
Het Russisch ballet werd in West Europa vooral beroemd door het zeer hoog technisch nivo van de dansers, de grote vitaliteit van de Russische dans vergeleken bij de westerse dansgezelschappen en de choreografische kwaliteit.

In 1909 werd de eerste klassieke balletvoorstelling in Parijs gegeven. Opgevoerd werden het ballet Prins Igor, Les Sylphides, Cléopâtra, Le Festin, Le Pavillon d'Armide, Ivan de Verschrikkelijke, Russlan en Ludmilla. De voorstellingen waren een groot succes. De producties werden spoedig bekend onder de naam Ballets Russes.
Diaghilev zorgde ervoor dat het ballet een zelfstandige kunstvorm werd, die ondersteund werd door andere kunstvormen. Hiervóór was ballet nog vaak een gedanste illustratie van een verhaal bijvoorbeeld in operavorm. Het decor en de kleding kregen ook een eigen status binnen de nieuwe producties.
Het eerste seizoen van de Ballets Russes in Parijs in 1909 was zeer succesvol en presenteerde artistiek en technisch hoogwaardige danskunst. Zowel de choreografie als de muziek en het décor en kostuumontwerp waren vernieuwend vergeleken bij de klassieke dans van de 19e eeuw. Nieuwe stromingen als het Constructivisme werden bewust zowel in de choreografie, het toneelbeeld als in sommige kostuums toegepast.
In de choreografie bracht Michael Fokine ook een nieuwe, expressionistische stijl, waarin het gevoel en de directe uiting hiervan een belangrijke plaats innamen.
Het gezelschap bestond o.a. uit sterdansers zoals o.a.Vaslav Nijinski en Anna Pavlova

In 1913 ging het Ballets Russes gebruikmaken van het nieuwe Théâtre des Champs-Elysées in Parijs. Het beroemd geworden ballet “Le Sacre du Printemps” (met muziek van Igor Stravinsky, choreografie van George Balanchine) werd toen voor het eerst op de planken gebracht. Voor het publiek was dit ballet erg schokkend en men protesteerde zo heftig dat zelfs de politie voor orde moest komen zorgen. Het moreel van het Franse publiek kon toen nog niet tegen de expressionistische, vernieuwende wijze waarop bepaalde thema’s zoals heidense rituelen en de opzwepende ritmische muziek gebracht werden. Le Sacre du Printemps wordt nu echter als een van de meesterwerken van de kunstgeschiedenis beschouwd.
Ook het ballet “Parade”, in 1917 in opdracht van Diaghilev en het Ballets Russes door vooraanstaande moderne kunstenaars zoals Jean Cocteau (libretto), Leonide Massine (dans), Eric Satie (muziek), en Pablo Picasso (toneelbeeld, kostuums)gecreëerd, wordt nu als een van de meest belangrijke vernieuwingen in de podiumkunsten beschouwd. Met dit werk plaatste het Ballets Russes zich tussen de vernieuwers van de kunst en maatschappij in.

Na 1929
De originele Ballets Russes werdt na de dood van Diaghilev in 1929 opgeheven.
Het 20-jarig bestaan van dit gezelschap in het begin van de 20e eeuw heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in de verder ontwikkeling van zowel de danskunst in het bijzonder als van de podiumkunsten in het algemeen. Belangrijke aspecten hiervan zijn de rol van de podiumkunsten in de sociale vernieuwingen in de maatschappij, en de geïntegreerde samenwerking van verschillende moderne kunstvormen in nieuwe producties.
In 1923 al werd de Ballets Russes het officiele dansgezelschap van de Opera van Monte Carlo. Men ging dus verder als Les Ballets Russes de Monte Carlo.
Een tweede gezelschap, genaamd Original Ballet Russe, werd ook opgericht. Er was jarenlang touwtrekkerij tussen deze twee gezelschappen om de naam en om mederwerkers.

Amerika
Het Ballets Russes de Monte Carlo trad in 1938 voor het eerst in Amerika (New York) op. Men wilde toen zowel in Amerika als in Europa actief zijn, maar het begin van de tweede wereldoorlog in 1939 bracht daar verandering in. Men week uit naar Amerika en het Ballet Russes zou nooit meer in Europa optreden gedurende haar 25-jaar bestaan na 1939.
Vanaf 1939 tot haar laatste voorstellingen in 1962 zou de Ballets Russes tournees verzorgen in Amerika, Zuid-Amerika en Canada.

Het Ballets Russes heeft tijdens haar bestaan voor een ware revolutie in de kunst gezorgd. Zij nam kunstontwikkelingen op als neo-klassicisme, cubisme, constructivisme, expressionisme in zowel de beeldende kunst als in de choreografie, de muziek en het toneelbeeld, maar zorgde vooral in de danskunst zelf ook voor nieuwe ontwikkelingen door tientallen jaren lang baanbrekend werk te vertonen. Zij bracht de beroemdste kunstenaars in dans, beeldende kunst, muziek en theater samen.
Zij zorgde ervoor dat de danskunst een meer toegankelijke en populaire kunstvorm werd voor het brede publiek, en heeft vele generaties kunstenaars en kunstliefhebbers geïnspireerd door haar voorbeeld.

Links:

http://home.hccnet.nl/att.leurs/kbt%20218.html

www.cndp.fr/balletrusse/intro.htm

http://digilib.nypl.org/dynaweb/lead/nypl/dandenha/@Generic_BookTextView/190;pt=136

www.havovwo.nl/vwo/vck/bestanden/vck03ijopg.pdf

www.digischool.nl/ckv2/moderne/russes/ballets_russes.htm

Parade


"Parade"

Een van de meest vernieuwende stromingen in de beeldende kunst in het Europa van het begin van de 20 eeuw was het Kubisme. Het Kubisme had ook invloed op andere kunstdisciplines, w.o. het theater.
In een ongekende integratieve samenwerking tussen disciplines en kunstenaars ontstond de produktie “PARADE”, welke in mei 1917 in Parijs zijn première zou beleven opgevoerd door de beroemde BALLETS RUSSES.

PARADE is een modern balletproduktie, in de traditie van wat tegenwoordig
totaaltheater genoemd zou worden.
Jean Cocteau had het originele idee en schreef het libretto, Leonide Massine choreografeerde de dans , Eric Satie schreef de muziek, Pablo Picasso ontwierp het toneelbeeld, en Serge Diaghilev deed de productie. Een waar superstar team dus.

PARADE heeft geen echt verhaal, maar is eerder een visueel en auditief spektakel in een circus sfeer waarin verschillende personages (circusdirecteurs) hun artiesten aan het publiek voorstellen. Zo zien we Chinese goochelaars, acrobaten, een Amerikaans meisje, poppen, en paarden die elk een onderdeel vormen van het spektakel.Het toneelbeeld bestaat uit moderne kubistische decors die een schril contrast vormen met het opzettelijk romantisch voordoek. Onderdeel van deze decors zijn de zeer originele, uitgebreide constructies die bepaalde personages “dragen”, en de kubistisch-constructivistische 3-dimensionele kostuums van de dansers. In deze figuren komen kubistische schilderijen, sculpturen, collages en theatrale personages allemaal samen. Het decor komt als het ware los en krijgt leven in de vorm van deze draagbare “kostuums”.




Ontwerp kostuums “Parade” door P.Picasso


De dansbewegingen en dansstijl zijn ook innovatief vergeleken met de klassieke dans. Zo zijn in de choreografie van Massine al bewegingsvormen (bijv. spanning – ontspanning) te zien die later in de moderne expressionistische dans zo bekend zouden worden.
Tot slot presenteert de muziek van Satie ook een geheel nieuw concept voor het publiek. Deze bestaat uit gesegmenteerde composities waarvan de melodie en het ritme sterk op de Amerikaanse jazz (toen nog onbekend in Europa) zijn geïnspireerd. Jean Cocteau heeft de muziek nog verder bewerkt door er eigentijdse dagelijkse geluiden als sirenes, vliegtuigen en typemachines in te “mixen”.

De produktie PARADE had - naast de artistieke samenwerking - als doel het publiek een totaal nieuwe zintuigelijke ervaring te laten ondergaan. Het dramatische en romantische in het theater werd vervangen door revolutionaire ideëen, denkbeelden en ervaringen die pastten in de zich moderniserende wereld van de pas begonnen twintigste eeuw. De combinatie van innovatief theater, dans, beeldende kunst en muziek met humor en satire en een verhaalloos libretto moesten allemaal een nieuwe inspiratiebron vormen om het publiek te verassen.


Dit publiek was bij de première in 1917 echter nog niet vatbaar voor de nieuwe richting die PARADE was ingeslagen en liet zijn afkeuring duidelijk merken door verontwaardigd boe-geroep.
Drie jaar later echter, in 1920 en na het einde van de eerste wereldoorlog, was de herhaalde presentatie een groot succes in Frankijk en Rusland. Van 1920 tot en met 1926 werd de Parade geregeld in Parijs door de Ballets Russes opgevoerd, in 1964 gevolgd door het Ballet van de XXe eeuw (maurice Béjart) in Frankrijk en in 1973 door het Joffrey Ballet te New York
PARADE, door zijn veelzijdige en grensverleggende artistieke kwaliteiten wordt tegenwoordig beschouwd als een van de meest belangrijke producties van de moderne kunst uit het begin van de twintigste eeuw en een goed voorbeeld van verdere ontwikkelingen in de kunsten en de maatschappij.
Na PARADE zouden de podiumkunsten nooit meer hetzelfde zijn.

Links:
http://proto4.thinkquest.nl/~kld011/dansmaar/voorstelling_bekijken.php?
http://www.digischool.nl/ckv2/moderne/russes/ballets_russes.htm